Marijn vroeg de Koning ook weer om een windmolen te mogen oprichten en kreeg bij Koninklijk besluit van 18 oktober 1828 de toestemming om een windmolen op te richten. Er waren wel de voorwaarden aan verbonden, o.a. dat de rosmolen moest verdwijnen en er werd geen meelverkoop meer toegestaan.
De Heimolen is een ronde stenen bergkorenmolen, een bovenkruier, gelegen aan de Heimolendreef 24 in Rucphen. Dit is de vierde molen die op deze plek gebouwd is. In 1844 werd de eerste, houten achtkantige, molen gerealiseerd. De huidige ronde stenen molen, gebouwd in 1866, heeft een vlucht van 23,80 m. In de molen liggen twee koppels 17der stenen, een koppel kunststenen en een koppel Franse stenen. Verder beschikt de molen over een plansichter, een mengketel, een jacobsladder en een sleepluiwerk.
In de volksmond wordt de Heimolen ook wel Broeke Molen of Hoevense Molen genoemd. De Heimolen is vernoemd naar de Hoevense Heide, al is de omgeving nu wel meer bebost, in de omgeving Rucphen. Hieronder leest u meer over de historie vanaf zijn eerste bouwer / molenaar: Pieter van Broekhoven.
1821 - Pieter van Broekhoven
In 1844 werden de fundamenten voor de huidige molen gelegd. Maar eigenlijk moeten we nog iets verder terug in de tijd, want in 1759 werd Pieter van Broekhoven in Essen-Kalmthout geboren. Hij trouwde met Elisabeth Commissaris en verhuisde naar de Bovenstraat in Hoeven. Daar kregen ze drie kinderen; Marijn (1788), Jan (1798) en Maria (?). In 1804 verhuisde het gezin naar de Hoevense Achterhoek waar ze een huisje hadden gekocht met 3 gemet grond (ruim 1 ha). Naast het boerenbedrijf werkte Pieter ook als timmerman en metselaar. In 1821 begon hij ook een rosmolen en met de paarden kreeg hij ook de mogelijkheid om als karreman (transporteur) te gaan werken.
De rosmolen leverde niet voldoende op en tussen 1826 en 1828 verzocht hij drie maal bij de Koning om toestemming om een windmolen te mogen bouwen. De molenaar van de Rucphense molen, Jacobus van Beckhoven, diende bezwaar in omdat hij derving van inkomsten vreesde en vermindering van de waarde van zijn molen. Dus de verzoeken van Pieter werd elke keer afgewezen
1828 - Marijn van Broekhoven
In 1828, 69 jaar oud, droeg Pieter de zaak over aan zijn zoon Marijn. Marijn vroeg de Koning ook weer om een windmolen te mogen oprichten en kreeg bij Koninklijk besluit van 18 oktober 1828 de toestemming om een windmolen op te richten. Er waren wel de voorwaarden aan verbonden, o.a. dat de rosmolen moest verdwijnen en er werd geen meelverkoop meer toegestaan. Vader Pieter had al een grondzeiler gekocht die in de Kleine Bolspolder bij Kruisland van 1817 tot 1820 dienst had gedaan als poldermolen. De molen werd verkocht omdat in 1823 de Steenbergschen Vliet van sluizen was voorzien en afwatering toen zonder molen mogelijk was. Dit was een klein molentje en werd omgebouwd tot graanmolen. Voor een betere windvang zou het op een schuur zijn gezet.
Marijn trouwde met Dingena Evers en zij kregen in 1829 een zoon Adriaan. Hij was de eerste van 9 kinderen, twee van hen Adriaan en Willem zijn het vak van molenaar gaan uitoefenen en de andere 5 jongens hielden zich meer met de boerderij bezig. Dingena overleed in 1841. De molen raakte versleten en in 1844 vroeg Marijn toestemming om een grotere molen weg te zetten. Dit werd probleemloos toegestaan en op de plaats van de huidige molen werd een achtkanten houten molen met stenen voet gebouwd.
1863 - Willem van Broekhoven
Marijn van Broekhoven overleed in 1863 en zijn zoon Willem nam de molen over. Adriaan ging in 1864 als molenaar naar Kalmthout.
1866 - van hout naar steen
In 1866 werd de houten molen vervangen door een ronde stenen molen. Deze molen kwam op de bestaande stenen achtkant te staan. Tegen deze onderbouw werd zand opgeworpen zodat er een belt ontstond. In 1872 brandde het molenhuis af, een nieuwe werd gebouwd en in 1873 werd zoon Marinus geboren. Daarna volgde er nog 11 kinderen, als laatste in 1891 Quirinus. Zeven jongens en vijf meisjes. 4 van de zoons werden molenaar, Marinus in Roosendaal, Gregorius Andreas in Moerstraten, Johannes Petrus en Anton op de Heimolen.
1913 - Johannes & Anton van Broekhoven
Op 14 januari 1891 ging werden de wieken afgemalen en stortte het wiekenkruis naar beneden.
Gelukkig ging het Willem voor de wind want ze verwierven door de jaren heen een groot deel van de Hoevense Achterhoek in eigendom. In 1913 overleed Willem en zijn zoons Johannes en Anton zetten de zaak voort. In juli 1927 werd de molen door de bliksem ernstig beschadigd. In 1946 overleed Anton en in 1951 werd Johannes 72 jaar en vond hij het tijd om rustiger aan te gaan doen.
1951 - Theo Franken Sr. / 1974 - Theo Franken Jr.
De Heimolen werd in 1951 verkocht aan Theodorus Wilhelmus (Theo) Franken uit Westervoort. Theo werd in 1902 geboren en trouwde in 1937 met Grada Willemsen. Hij had zich op diverse plaatsen bekwaamd in het vak van windmolenaar.
Omdat de molenaar in Theo graag met een windmolen aan de slag ging kocht hij de Heimolen. Direct aan de slag gaan zat er niet in, want de 90 jaar oude molen had onderhoud nodig. Molenaar Franken kreeg ruim hulp om de molen, die als een landschappelijk pronkstuk werd gezien, te restaureren. Er was 11.500 gulden nodig en diverse organisaties boden geldelijke hulp aan. Helaas waren de ramingen wat te krap en enkel het hoognodige werd uitgevoerd. Er werden Potroeden gestoken die afkomstig waren van de toen gesloopte standerdmolen in Oirschot. Deze werden voorzien van 'Van Bussel' Stroomlijnneuzen. Om tijdens de restauratie te kunnen malen bouwde hij een eenvoudige hamermolen die door een tractor werd aangedreven.
Omdat de molen onvoldoende was opgeknapt bleef hij verder in verval raken en in 1972 werd er dan ook door molenmaker P. van Beek uit Rijnsaterwoude gerestaureerd. De raming was FL 61.741,- gulden, maar kwam uiteindelijk uit op FL 68.306,- gulden. De stroomlijnneuzen zijn toen vervangen door fokwieken. Enkele jaren later kwam zoon Theodorus Antonius Franken (Theo Jr.) bij hem in het bedrijf. Theo Jr. was getrouwd met Annie van Laarhoven. In 1972 - op 2e Paasdag - brandde het molenhuis opnieuw af. Rond 1990 werd de bovenas doorboord om de remkleppen te kunnen bedienen. In 1992 overleed Theo Sr. en zoon Theo Jr. ging alleen verder in het bedrijf.
1997 - Hoeven wordt Rucphen
Door de gemeentelijke herindelingen in 1997 werd de grenslijn tussen Hoeven en Rucphen aangepast en kwam de Hoevense molen op Rucphens grondgebied te staan.
Begin 2000 zijn de staartbalk en de lange schoor van de molen nog vervangen. 2000 is ook het jaar dat de molen tot stilstand komt en daarna in verval raakt. Dat is zeer te betreuren, want tot die tijd was deze goed uitgeruste molen vrijwel dagelijks in bedrijf.
2008 - Gemeente Rucphen
In de zomer van 2008 werd de molen overgenomen door de gemeente Rucphen. In maart 2009 zijn, in afwachting van een grote herstelbeurt, de roeden kaal gezet. Op 26 oktober 2010 is begonnen met het herstel van het metselwerk van de stenen romp. Later werden de Potroeden gestreken om, evenals de lange spruit, in de werkplaats van molenmakerij Vaags geheel te worden hersteld. In 2011 overleed Theo Jr. op 73 jarige leeftijd. Hij heeft de voltooiing van de restauratie van 'zijn' molen niet meer mee mogen maken.
Op 26-08-2011 schreef Niek van Eekelen op molen.startpagina.nl:
Hedenmorgen is bekend geworden dat Theo Franken, molenaar op de Heimolen te Bosschenhoofd (Rucphen), vannacht is overleden. Theo bereikte de leeftijd van 73 jaar. Hij laat een echtgenote en 2 kinderen na. Ook de voltooiing van de restauratie van 'zijn' molen, inmiddels overgedragen aan de gemeente Rucphen, heeft hij niet meer mee mogen maken. Bovenal verliest de (West Brabantse) molenwereld een bijzonder vriendelijke, gastvrije en vakkundige molenaar en ik wens de familie alle sterkte toe met dit zware verlies.
Begin 2012 is de molen weer opgeknapt en wordt weer in gebruik genomen. Toon Hendrikx en Jan van Engelen zijn dan molenaar op de molen. Zij worden bijgestaan door molenaars in opleiding. Harrie en Colinda Tak hebben het plan opgevat om de molen te ontwikkelen tot een zorgmolen met horecavoorziening. De molen moet weer graan gaan verwerken tot meel. In een bakkerij in de molen wilden ze het meel verder verwerken tot brood en andere producten. In een kleinschalige winkel en horecavoorziening in en rond de molen willen ze mensen met een beperking de mogelijkheid bieden in een ambachtelijke omgeving een zinvolle dagtaak te verrichten zodat zij in de lokale maatschappij integreren. Het blijft echter bij vooruitstrevende doch - zo zal blijken - onhaalbare plannen. Na een enthousiaste start komt dit project al kort daarna ten einde en blijft de Heimolen in eigendom van Gemeente Rucphen.
In 2017 geeft Toon Hendrickx aan te willen stoppen als molenaar op de Heimolen en hij wordt op 01-01-2018 opgevolgd door Joep Lindner en Ronald Troost als molenaar.
2018 - Klap van de Molen bv / Ton Jaspers & Peter Jansen
In juli 2018 wordt door jeugdvrienden Ton Jaspers en Peter Jansen onder de naam 'Klap van de Molen bv' gekocht van Gemeente Rucphen. Ook zij presenteren een plan waarbij horeca in combinatie wordt gebracht met ambacht. In de jaren die daarop volgen verrijst er naast de Heimolen een nieuwe horecagelegenheid in Vlaamse schuurstijl die door een corridor is verbonden met de Heimolen. Grote eikenhouten spanten domineren het interieur en versterken het ambachtelijke karakter. Met de verhuur van deze gelegenheid worden in de ideale situatie opbrengsten gegenereerd waarmee de Heimolen kan worden onderhouden. Want dat is hun doel: zorgen dat de huidige maar vooral ook toekomstige generaties kunnen genieten van het prachtige, monumentale en ambachtelijke stuk techniek. En daarvoor is structureel onderhoud én dus geld nodig.
Lunchcafé De Grote Molen
Meer weten over de horecagelegenheid? Check hiervoor de website van Lunchcafe De Grote molen -> www.grotemolen.nl. Ronald en Nancy hebben een fantastisch concept ontwikkeld waarbij gastvrijheid, gebruik van eerlijke producten en uiteraard een goede bak koffie of een mooi glas bier of wijn met passie en kwaliteit geserveerd worden...
2023 - Lange schoor & staartbalk
In mei 2023 worden de linker lange schoor en staartbalk vervangen door Coppes Molenmakerij, ook wordt er schilderwerk uitgevoerd waarmee de technische en cosmetische staat van de Heimolen weer gezien mag worden.